Negatief zelfbeeld, depressieve symptomen en overprikkeling

Gepubliceerd op 29 Jun 2020

Die symptomen ziet Daniëlle Verroen het meest als psycholoog op het Albeda College. Draagt haar werk eraan bij dat de studenten zich mentaal beter voelen en daardoor de eindstreep halen?

 

Een online gesprek over een pilot project in het Rotterdamse MBO. De pilot startte vorig schooljaar en wordt op dit moment geëvalueerd. Daniëlle vertelt over haar ervaringen en de evaluatie en geeft tips die handig zijn voor iedereen die met jongeren werkt.

 

Interview: Ellen Zoetmulder

Leestijd: 3 minuten

De start van dit gesprek is meteen een vliegende. Vanuit haar woonkamer met achter haar een souvenir van één van haar vele Afrikaanse reizen, vertelt via haar beeldscherm een enthousiaste Daniëlle: “We gaan nog een studiejaar door met de pilot, gelukkig! We beginnen net een goede vorm te vinden, de hulp is steeds beter ingebed in de schoolstructuur. Uit de interne evaluatie blijkt dat de nood soms hoog is en er veel behoefte aan extra ondersteuning is vanuit de docenten, mentoren en ondersteuners. Ook de studenten zijn positief.”

 

De toon is gezet. Het gaat goed met de proef om een studentenpsycholoog in het Albedacollege te stationeren. Daniëlle heeft het naar haar zin, is tevreden over het verloop tot nu toe, heeft veel plannen én ambities voor het komend schooljaar. “Het is allemaal niet vanzelf gegaan”, zegt ze. Ze legt uit hoe dan wel.

Ervaring

Eerst over Daniëlle; een expressieve, open persoon met een indrukwekkend cv. Ze deed een studie forensische orthopedagogiek en haalde een master in African Studies. Als forensisch orthopedagoog deed ze veel ervaring op met jongeren, criminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling, en weet ook veel over het thema seksualiteit.

 

Die ervaring komt goed van pas in haar werk als studentenpsycholoog op het MBO. Studenten komen namelijk regelmatig met dit type problematiek, en daaraan gekoppeld agressieproblemen, drugsgebruik, angsten en depressieve symptomen. Traumatische gebeurtenissen en ook zelfmoordgedachten komen vaak voor. Daniëlle is blij dat ze deze studenten kan ondersteunen bij de ingewikkelde gevoelens en gedachten die daarbij komen kijken.

Terugkerende thema’s

Daniëlle: “Inmiddels heb ik meer dan 50 studenten gesproken. Op basis van die gesprekken valt mij op dat er drie vaak terugkerende thema’s onder de studenten leven. Eén is een negatief zelfbeeld, twee depressieve symptomen en drie overprikkeling. Dat laatste zie je bij studenten die zeggen dat hun hoofd helemaal vol zit. Nieuwe prikkels leiden dan bij de één tot irritaties en boosheid en bij de ander juist tot terugtrekken. Bij studenten met gedragsproblemen of depressieve symptomen zie je ook vaak dat ze overprikkeld zijn.

 

Die studenten leer ik dat je de prikkels niet kunt stoppen, maar je kan wel leren hoe je jezelf er beter tegen kan beschermen. Studenten moeten soms ook veel. Zoals naar school en huiswerk maken, maar soms ook werken om rond te kunnen komen. Thuis kan er veel aan de hand zijn. Geweld, de nieuwe partner van de moeder, een lastige relatie, zwangerschap, ongewenste intimiteiten en zelfs verkrachting.”

Ik stap overal op af, ben gedreven en soms moeilijk te remmen

Hokje

Wie is de persoon die dit werk aan kan en er plezier in heeft?, vraag ik. Daniëlle: “Ik ben niet in een hokje te plaatsen. Ik kom rustig over, en ben som best wel druk. Ik ben muzikaal, avontuurlijk en houd van nieuwe dingen, uitdagingen en cognitieve groei. Ik stap overal op af, ben gedreven en soms moeilijk te remmen.” Dat klinkt positief, maar, zegt Daniëlle, kan soms ook lastig zijn. “Zeker in het begin van de pilot, toen mijn functie helemaal nieuw was en er nog geen kaders waren. Iemand die zichzelf moeilijk kan remmen, heeft daar echt behoefte aan.”

 

Acht maanden na de start van de pilot zijn de kaders en haar functie steeds duidelijker. Daniëlle: “Ik weet waar ik sta en waar ik heen wil. Het is nu duidelijk wat er nog moet veranderen, hoe het efficiënter kan, en daarover ben ik met alle partijen in gesprek. Maar ik ben nu al veel meer onderdeel van het Albedateam dat de studenten ondersteunt. Onderling weten we elkaar inmiddels te vinden en verwijzen we goed door. Soms werken we ook samen, als een student problemen heeft op meerdere vlakken. We delen de verantwoordelijkheid bij complexe problematiek en werken dan echt als team. Steeds vaker bellen collega’s – zoals mentoren, docenten of school maatschappelijk werkers – mij ook om te sparren. Wat kan er aan de hand zijn? Wat kan ik wel of niet vragen? Dat maakt mijn werk leuk én waardevol.”

Maar het kan nog efficiënter, zei je. Hoe dan?

“De opzet van mijn functie was preventie”, vertelt Daniëlle. “Voorkomen dat studenten vastlopen door mentale golfbrekers en daardoor de eindstreep niet halen. Tot nu toe gaat het in veel gevallen toch eerder om repareren dan om voorkomen. Dat gaan we anders aanpakken.”

 

Met de Avant sanare studentenpsychologen op het STC, Zadkine en het Lentiz Life College, gaat Daniëlle in de zomervakantie preventieve programma’s ontwikkelen. De scholen hebben input geleverd op basis van ervaringen in hun klassen, die wordt gecombineerd met de thema’s die de psychologen zelf vaak tegenkomen bij studenten. In het volgende studiejaar wil Daniëlle meer met groepen gaan werken. Daniëlle: “Bijvoorbeeld een workshop  over weerbaarheid en grenzen stellen, naar aanleiding van conflicten en sociale druk in de klas. Of over seksueel geweld. Een andere wens vanuit school is een praatgroep voor islamitische meiden, die soms in een spagaat zitten tussen de eigen cultuur en de westerse.

 

Ik wil graag preventief werken in groepen. Daardoor kan ik meer studenten bereiken en beter inzetten op het voorkomen van ernstige klachten. De groepen hebben ook een toegevoegde waarde, omdat je van leeftijdgenoten kunt leren, en kennis en ervaringen kan delen met anderen zoals jij. Tijdens de intake kan ik dan kijken of een student het beste door kan naar een individueel traject, een groep of een combinatie van die twee.”

Door e-health te combineren met opdrachten en online gesprekken blijven studenten aangehaakt

Corona

Daniëlle was amper 5 maanden bezig, toen corona ook het Albeda op zijn kop zette. “Het beeldbellen was echt wennen, maar loopt nu goed. De studenten reageren wisselend. Sommigen vinden het niks. Een enkeling haakt helemaal af. Maar met anderen werkt het juist goed. Er zijn studenten bij wie de combinatie van een online e-health cursus met opdrachten en beeldbellen heel goed werkt. Ik zie studenten die niet makkelijk praten over wat ze bezighoudt, maar het wel kunnen opschrijven in de opdrachten. Daardoor krijg je toch de verdieping die betere hulp mogelijk maakt. De meeste studenten doen nu zo’n combinatie van e-health en online gesprekken met mij. Alleen e-health is meestal niet voldoende, omdat de intrinsieke motivatie vaak ver te zoeken is. Door er opdrachten aan te koppelen en in gesprek te blijven, versterk ik de band met de student.” Mede daarom ziet Daniëlle de combinatie van persoonlijk contact en beeldbellen wel zitten. “Voor mij is het voordeel dat ik meer studenten kan zien doordat ik minder reistijd heb. Ook kan ik vaker even kort beeldbellen, of appen, om even vinger aan de pols te houden.”

Studenten kwijt

Hoe ervaren studenten Daniëlles hulp, denkt zij? Daniëlle: “De meeste reacties die ik krijg zijn positief. Sommigen zeggen eindelijk een klik te hebben met een psycholoog, anderen zeggen “U luistert tenminste”. Van de ruim 50 studenten die ik tot nu toe heb gesproken, zijn er 3 of 4 met wie er geen klik was en die niet verder wilden.  Dit geeft ook niet. We zijn allemaal mensen met onze eigen voorkeuren. Tien studenten ben ik een tijdje kwijt geweest. Het voordeel is dat ik binnen de school zit; ik check dan bij de mentor of er iets aan de hand is, laat af en toe weten dat de deur nog steeds open staat en vraag hoe het gaat. Na een tijdje komen studenten dan weer terug, als ze er aan toe zijn.”

 

Ook uit de evaluatie van de pilot klinken positieve geluiden. Het onderzoeksbureau ECBO brengt nu alle ervaringen bij elkaar, van het Albeda, het Zadkine, het STC en Lentiz. Zij verzamelen de soorten problematiek, houden interviews met betrokkenen, leggen vragenlijsten voor aan studenten, analyseren voortgangsrapportages en tijdregistratie, en organiseren focusgroep discussies met schoolmaatschappelijk werkers en zorgcoördinatoren onderwijs. De resultaten volgen binnenkort. Daniëlle: “Dan horen we ook de verbeterpunten, die we komend schooljaar kunnen meenemen. Ondertussen willen we zelf ook een aantal aanpassingen doorvoeren. Zoals preventieve groepen ontwikkelen, die we na de vakantie op de verschillende MBO’s gaan geven. Ook wordt de pilot uitgebreid en zal er na de vakantie ook een studentenpsycholoog op het HMC, het GLR en het Vavo starten.”

 

Jongenssignalen

Als er iets is, wat Daniëlle is opgevallen de afgelopen tijd, is dat het verschil tussen jongens en meiden op het MBO. Daarover wil ze wel iets kwijt. “Meiden laten met duidelijk zichtbare signalen zien dat ze hulp nodig hebben. Zij zijn wat socialer dan jongens en delen sneller hun gevoelens of gedachten. Signalen van jongens wekken soms juist afkeer op. Zoals boos of druk gedrag. Maar dat zijn ook signalen dat iemand niet goed in zijn vel zit, dat de druk oploopt en iemand het niet meer redt.” Daniëlles advies: “Probeer over de gedachte heen te stappen dat iemand irritant is. Let vooral op de verandering van gedrag. Zie dat als signaal. Vraag expliciet hoe het gaat. Vaak zeggen leraren ‘Ja, dat ga ik toch niet vragen’. Dat zouden ze toch moeten doen. Als je het bij jongens niet vraagt, krijg je het ook nooit te horen. Alleen als het goed fout gaat en dat wil je juist voorkomen. Vraag het desnoods aan een collega, als het je zelf niet lukt. Let er wel goed op dat je nooit in een groep vraagt om met je te komen praten. Want bij jongens ligt dat heel gevoelig.”

Cultuursensitief werken

Een tweede punt dat ze wil delen, gaat over diversiteit. Daniëlle: “Rotterdam heeft zoveel nationaliteiten en culturen! Als je wil dat iemand persoonlijke dingen deelt, moet hij of zij zich gehoord en veilig voelen. Studenten moeten de vrijheid voelen om zonder vooroordelen over hun leven te praten. Zelf denk ik erover na wat voor die persoon passende hulp zou kunnen zijn. Soms zoeken studenten hoe zij hun religie kunnen vormgeven, bijvoorbeeld als zij zich sterk verbonden voelen met het geloof van hun ouders, maar niet met de manier waarop dit uitgedragen wordt. Soms vragen ze mij wat ze moeten doen. Maar ik vind dat ik daar geen antwoord op kan en mag geven, ik denk teveel vanuit mijn eigen kader, ik kan ze wel helpen zoeken naar een richting waar ze mee verder kunnen. Voor professionals is hierin belangrijk: Wees open en school je waar mogelijk bij.”

De pilot wordt volgend schooljaar met de Rotterdamse MBO’s het Hout- en Meubileringscollege, het Grafisch Lyceum Rotterdam en het Vavo uitgebreid. Onze nieuwe psycholoog Aouatef Rajab start daar na de zomer.